Zo reken je je snelheid uit
Verzet = tanden kettingblad ÷ tanden tandwiel. Met 50/17 draait je achterwiel 2,94 keer rond per pedaalomwenteling.
Ontwikkeling = verzet × wielomtrek. Met een 28-622 band (omtrek ongeveer 2,13 m) leg je 6,27 meter af per omwenteling.
Snelheid = ontwikkeling × trapfrequentie × 60 ÷ 1000. Bij 90 omwentelingen per minuut is dat 6,27 × 90 × 60 ÷ 1000 = 33,8 km/u.
Welk verzet kies je?
- Vlak en snel: een groot verzet (50/15 of 50/13) geeft veel snelheid per omwenteling, maar vraagt kracht.
- Klimmen: een licht verzet (34/28 of kleiner) laat je met een normale trapfrequentie bergop rijden zonder je knieën te overbelasten.
- Gravel en mountainbike gebruiken vaak één voorblad van 38 tot 42 tanden met een breed cassette, bijvoorbeeld 10–50.
De gear inches zijn een oude Engelse maat: het verzet maal de wieldiameter in inch. Je komt ze nog tegen in vergelijkingen van versnellingen.
Veelgestelde vragen
Wat is een verzet?
Het verzet is de verhouding tussen het voorblad en het achtertandwiel. Een 50/25 is een verzet van 2: per pedaalomwenteling draait het achterwiel twee keer rond.
Wat is een goede trapfrequentie?
Recreatieve fietsers trappen vaak 60 tot 80 omwentelingen per minuut, getrainde wielrenners 85 tot 95. Een hogere trapfrequentie met een lichter verzet spaart je knieën.
Wat is de ontwikkeling?
De ontwikkeling is de afstand die je aflegt per pedaalomwenteling: verzet × wielomtrek. Bij jeugdwedstrijden geldt soms een maximale ontwikkeling.